gierstkoekjes met peterselie, mosterd en kaas

Met gierstpuree die overgebleven is van de vorige dag kun je goed hartige koekjes maken. Doe er wat kaas, mosterd en/of kruiden doorheen, haal ze even door paneermeel en bak ze aan beide kanten bruin.

voor 6-8 stuks

100 gr gierst
300 ml water
1/4 blokje bouillon (groenten-of kippenbouillon)
60 gr parmezaanse kaas, fijn geraspt*

                                                                                                                                                                                                                                      2 el peterselie, fijngehakt
1 el dyon mosterd
zout en peper

paneermeel

                                                                                                                                                                                                                                          

Spoel de gierst af in een zeef onder de kraan. Zet hem op met het water en het halve bouillonblokje. Breng het aan de kook en verplaats de pan naar een voorverwarmd sudderplaatje op het kleinste pitje. Laat het 20 minuten sudderen; na deze tijd moet al het water door de gierst opgenomen zijn. Check na een minuut of 17 of de gierst niet aanzet, voeg in dat geval nog een scheutje water toe en roer even voorzichtig over de bodem. Zet het vuur na 20 minuten uit en laat de gierst nog 10 minuten nagaren met het deksel op de pan. Meng de geraspte kaas door de gierst en roer flink met een pollepel zodat de korrels aan elkaar gaan plakken en het puree wordt. Laat de puree helemaal afkoelen, zet hem het liefst nog een tijd in de koelkast.
Meng de mosterd en de peterselie door de gierstpuree. Dit gaat het best met je handen. Voeg, als de massa te slap is om koekjes te vormen, wat paneermeel toe.
Vorm van het mengsel 8 koekjes en wentel ze door het paneermeel.
Verhit in een grote koekenpan een dun laagje olie, zodanig dat het vloeibaarder is maar nog niet rookt. Bak de koekjes op halfhoog vuur in 3-4 minuten aan de ene kant tot er een korstje opzit. Draai ze voorzichtig om, zet het vuur iets lager en bak de andere kant ook bruin. Laat ze uitlekken op een bord met keukenpapier.

 

* De parmezaanse kaas kun vervangen door pecorino of door gewone oude kaas.