gierstsalade met vijgen, walnoten en appenzeller kaas

Appenzeller kaas combineert uitstekend met vijgen en walnoten. Wij aten dit gerecht voor de lunch maar je kunt hem bij tal van gelegenheden op tafel zetten: als bijgerecht, als onderdeel van een maaltijd met hapjes of als zomers hoofdgerecht. Hou je niet van de sterke smaak van appenzeller kaas, neem er dan een stukje rookkaas voor in de plaats. De hoeveelheden in dit recept zijn voor een hoofdgerecht voor 2 grote of 3 kleine  eters.

voor 2 personen

100 gr gierst
300 ml water
zout

25 gr walnoten, grof gehakt
20 gr zonnebloempitjes
50 gr appenzeller kaas
3 gedroogde vijgen
2 handjes veldsla

1 bosuitje
2 el walnootolie
1/2 el citroensap
zout, peper


Rooster de gierst 1 of 2 minuten op middelhoog vuur onder voortdurend roeren, totdat er een nootachtige geur vrijkomt en de eerste zaadjes gaan springen of beginnen te verkleuren. Vul de pan met water uit de kraan en leeg hem in een zeef. Doe de gierst terug in de pan en zet deze op met het water en wat zout. Breng het aan de kook en verplaats de pan naar een voorverwarmd sudderplaatje op het kleinste pitje. Laat het 20 minuten sudderen; na deze tijd moet al het water door de gierst opgenomen zijn. Check na een minuut of 17 of de gierst niet aanzet, voeg in dat geval nog een scheutje water toe en roer even voorzichtig over de bodem. Zet het vuur na 20 minuten uit en laat de gierst nog 10 minuten nagaren met het deksel op de pan. Laat hem daarna helemaal afkoelen en maak hem met behulp van een of twee vorken rul en los.
Hak de walnoten grof en rooster ze met de zonnebloempitjes op een middelhoog vuurtje tot de pitjes een beetje gekleurd zijn. Houd ze apart. Snij de vijgen in reepjes van 3 mm en snij de kaas in blokjes van 1/2 cm. Snij het bosuitje in dunne reepjes en hak de veldsla grof.
Meng in een grote kom de walnootolie met het citroensap en voeg wat zout toe. Meng de gierst door de dressing en daarna alle andere ingrediƫnten. Proef of er misschien nog wat zout en peper doorheen moet.