gierstpannenkoekjes (basis)

Gekookte gierst door pannenkoekenbeslag maakt dat de pannenkoekjes dik van consistentie worden. Maar dat maakt ze geenszins zwaar, ze blijven licht verteerbaar. Je kunt ze zowel warm als koud eten.

voor 4 stuks

30 gr gierst
100 ml water
zout

1 ei
8 el bloem
1 1/2 dl melk, snufje zout


Rooster de gierst 1 of 2 minuten op middelhoog vuur onder voortdurend roeren, totdat er een nootachtige geur vrijkomt en de eerste zaadjes gaan springen of beginnen te verkleuren. Spoel de gierst af in een zeef onder de kraan. Zet hem op met het water en wat zout. Breng het aan de kook en verplaats de pan naar een voorverwarmd sudderplaatje op het kleinste pitje. Laat het 20 minuten sudderen; na deze tijd moet al het water door de gierst opgenomen zijn. Check na een minuut of 17 of de gierst niet aanzet, voeg in dat geval nog een scheutje water toe en roer even voorzichtig over de bodem. Zet het vuur na 20 minuten uit en laat de gierst nog 10 minuten nagaren met het deksel op de pan. Laat hem helemaal afkoelen en maak hem met behulp van twee vorken rul en los.
Klop het ei los met een garde, voeg een snufje zout, de bloem en de melk toe en klop tot alle klontjes verdwenen zijn. Voeg de losgevorkte gierst toe en meng alles goed. Laat het beslag een minuut of 10 staan om de bloem de gelegenheid te geven om wat uit te zetten.
Verhit een kleine koekenpan tot hij begint te roken. Giet een scheutje zonnebloemolie in de pan (een klontje boter kan ook), verdeel de olie over de gehele bodem en giet 1/4 van het beslag in de pan. Gebruik een lepel om het beslag uit te spreiden tot een dikke, ronde koek. Zet het vuur wat lager en bak de pannenkoek aan één kant, tot hij stevig genoeg is om hem uit de pan te laten glijden. Laat hem op een bordje glijden en keer de pan om boven het bord. Draai pan en bord weer om, zet het vuur eventueel nog iets lager en bak de andere kant tot deze ook gaar is.
Schep het pannenkoekje op een bord en houd hem warm. Bak de resterende 3 pannenkoekjes op dezelfde manier.
Beleg naar believen met banaan en stroop, jam, honing of suiker. Of met wat je maar wil.