giersttaart met krieltjes en salami

Dit no-nonsense gerecht aten wij op het dakterras met een simpele salade erbij.

voor 3 personen
400 gr krieltjes
60 gr gierst
200 ml bouillon

1 grote ui (ca 120 gr)
200 gr salami aan een stuk
3 eieren
100 gr creme fraiche
1 el dyon mosterd
50 gr pecorino
7 gram peterselie, olijfolie
zout, peper


Rooster de gierst 1 of 2 minuten op middelhoog vuur onder voortdurend roeren, totdat er een nootachtige geur vrijkomt en de eerste zaadjes gaan springen of beginnen te verkleuren. Vul de pan met water uit de kraan en leeg hem in een zeef. Stort de gierst terug in de pan en zet hem op met de krieltjes en de bouillon. Breng alles samen aan de kook en verplaats de pan naar een voorverwarmd sudderplaatje op het kleinste pitje. Laat het 20 minuten sudderen; na deze tijd moet al het water door de gierst opgenomen zijn. Check na een minuut of 17 of de gierst niet aanzet, voeg in dat geval nog een scheutje water toe en roer even voorzichtig over de bodem. Zet het vuur na 20 minuten uit en laat de gierst met de aardappeltjes nog 10 minuten nagaren met het deksel op de pan. Laat het afkoelen.
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Pel de ui en halveer deze. Snij de helften in dunne reepjes. Fruit de reepjes in een koekenpan met een scheutje olijfolie op een laag vuurtje in ca 10 minuten gaar. Laat de uiringen afkoelen. Snij de salami in plakken van 1 cm en snij deze plakken vervolgens  in vieren. Hak de peterselie fijn en rasp de pecorino.
Klop de eieren los met de mixer of een garde in een ruime kom tot het een gelijkmatige massa is. Meng de creme fraiche en de mosterd er doorheen. Voeg de uiringen, de salami, de peterselie en de gierst met de krieltjes toe. Vermeng alles goed. Proef of er misschien nog wat zout of peper bij moet.
Vet een quichevorm van 23 cm doorsnede in en vul hem met het mengsel dat straks je taart zal zijn. Bestrooi het geheel met de pecorino.
Zet de vorm in het midden van de oven en bak de quiche in ca. 40 minuten gaar. Hij is gaar wanneer de bovenkant stevig is.