gierst-champignon burgers

Deze champignonburgers kun je als hoofdbestanddeel van een warme maaltijd eten. Er zitten bonen in dus er hoeft geen vlees meer bij. In dat geval is dit recept voor 3 of 4 personen. Gebruik je de burgers als bijgerecht dan kun je ze aan meer eters voorzetten.

voor 12-14 stuks

125 gr gierst
350 ml (paddenstoelen)bouillon
60 gr fijn geraspte pecorino kaas

125 gr kastanjechampignons
200 gr reuzenbonen (blikje)
2 bosuitjes
2 el fijngehakte peterselie
1 tl gedroogde tijm
1 ei
zout, peper

paneermeel
olie


Spoel de gierst af in een zeef onder de kraan. Zet hem op met het water en wat zout. Breng het aan de kook en verplaats de pan naar een voorverwarmd sudderplaatje op het kleinste pitje. Laat het 20 minuten sudderen; na deze tijd moet al het water door de gierst opgenomen zijn. Check na een minuut of 17 of de gierst niet aanzet, voeg in dat geval nog een scheutje water toe en roer even voorzichtig over de bodem. Zet het vuur na 20 minuten uit en laat de gierst nog 10 minuten nagaren met het deksel op de pan. Meng de pecorino kaas zorgvuldig door de warme gierst en plet het geheel tot puree met de achterkant van een lepel. Laat het mengsel helemaal afkoelen. Het liefst nog een tijdje in de koelkast.

Veeg de champignons schoon met een stukje keukenpapier of met een speciaal daarvoor bestemd borsteltje. Verwijder de steeltjes. Snij de hoedjes in dunne plakjes en halveer de plakjes, of snij ze in drieën wanneer het grote champignons zijn.
Verhit wat olie in een koekenpan en bak de champignons, onder voortdurend roeren, gedurende een minuut of 4-5 op een redelijk hoog vuur. Ze zijn dan al hun vocht kwijt en behoorlijk geslonken. Houd ze apart.
Snij de bosuitjes in dunne reepjes. Spoel de bonen af in een zeef en prak ze fijn met een vork.
Meng de bonen, de champignons, de bosuitjes, de peterselie en de tijm zorgvulfig met de afgekoelde gierst. Breng het geheel op smaak met zout en flink wat peper. Klop een ei los en meng dit ook door de gierst. Het kan misschien nog een of meer eetlepels paneermeel gebruiken om het stevig te maken.
Vorm van het mengsel 12-14 burgers en wentel deze door paneermeel.
Verhit in een koekenpan een bodempje olie, zodanig dat de olie heet is maar nog niet rookt. Bak de helft van de koekjes op halfhoog vuur in een minuut of 3-4 aan één kant bruin; draai ze om met een vork of een tang, zet het vuur iets lager en bak de andere kant ook tot er een bruin korstje op zit.
Laat ze uitlekken op een bord met keukenpapier. Voeg als het nodig is nog wat olie toe en bak de andere helft van de koekjes op dezelfde manier.