gierstballetjes met courgette en granaatappelsaus

Granaatappelmelasse geeft de saus uit dit recept een aangenaam, licht zuur accentje. Met een vleugje zoet erbij. In de Turkse keuken wordt granaatappelmelasse in salades gebruikt. In Kisir bijvoorbeeld, wat een verrukkelijke bulgursalade is. Op het internet zijn verschillende lekkere varianten van deze salade te vinden.
De saus van dit gerecht wordt warm geserveerd; laat hem niet echt koken, even opwarmen is genoeg.
Beschik je niet over een oven om de courgette in te roosteren, bak de plakjes dan aan beide kanten op een laag vuurtje met een beetje olijfolie in de koekenpan. Neem ze uit de pan wanneer ze een kleurtje hebben en houd ze warm.
Granaatappelmelasse is trouwens te verkrijgen in Turkse winkels evenals de halloumi die hier overheen gaat.

voor 4 personen

200 gr gierst
600 ml water
zout
100 gr fijngeraspte pecorino

1 1/2 courgettes
olijfolie

1 el olijvenpasta
2 el tomatenpuree
2 el granaatappelmelasse
1 dl water
2 bosuitjes
1 teen knoflook
zout en peper
olijfolie

2 handjes fijngehakte peterselie

200 gr halloumi


Spoel de gierst af in een zeef onder de kraan. Zet hem op met het water en wat zout. Breng het aan de kook en verplaats de pan naar een voorverwarmd sudderplaatje op het kleinste pitje. Laat het 20 minuten sudderen; na deze tijd moet al het water door de gierst opgenomen zijn. Check na een minuut of 17 of de gierst niet aanzet, voeg in dat geval nog een scheutje water toe en roer even voorzichtig over de bodem. Zet het vuur na 20 minuten uit en laat de gierst nog 10 minuten nagaren met het deksel op de pan. Meng de pecorino door de gierst; plet alles goed met de achterkant van een lepel zodat het een stevige brij wordt en laat het afkoelen.
Zet de grill op de hoogste stand. Snij de courgettes in plakjes van 7 mm. Bestrijk ze met olijfolie en leg ze met de vette kant naar beneden op een bakblik. Vet de bovenkant van de plakjes ook in en plaats het bakblik 10-12 cm onder de grill. Laat de plakjes in 8-10 minuten een kleurtje krijgen. Houd ze warm in een vuurvaste kom in de oven die verder uit blijft.
Maak de granaatappelsaus:
Meng de olijvenpasta met de tomatenpuree, de granaatappelmelasse en het water. Voeg het uitgeperste teentje knoflook toe. Snij de bosuitjes in dunne ringen. Meng de bosuitjes door de saus. Maal er wat peper doorheen en proef of het nog wat zout nodig heeft
Hak de peterselie fijn en houd deze apart. Snij de halloumi in 8 plakken en houd deze ook apart.
Vorm van de afgekoelde gierstpuree balletjes van 3-4 cm. Voeg, wanneer de puree te slap is, wat bloem toe. Is hij te korrelig, voeg dan een of twee eetlepels melk toe.
Verwarm in een pannetje een klein scheutje olijfolie, schep hier de saus in en verwarm de saus op een laag pitje. Zet het vuur uit wanneer de saus warm is.
Breng ondertussen een pan met water aan de kook. Laat de gierstballetjes in het kokende water glijden en laat ze een minuut koken, niet langer: ze hoeven alleen maar opgewarmd te worden*. Schep ze met een schuimspaan uit de pan en houd ze apart.
Verwarm in een koekenpan wat olijfolie en bak hierin de halloumi, op halfhoog vuur, in 2 minuten bruin; keer de plakken halverwege om.
Leg op ieder bord 1/4 van de courgette en daarover 1/4 van de gierstballetjes. Verdeel de saus over de borden, leg op ieder hoopje twee plakjes halloumi en strooi er tot slot de peterselie overheen.

* Deze balletjes komen niet, zoals gnocchies, bovendrijven. Ze blijven beneden in de pan "zwemmen".