kroketjes van kikkererwten met koriander-yoghurtsaus

Wanneer je kroketjes of koekjes van kikkererwten gaat maken en je pureert de kikkererwten in de keukenmachine is de kans groot dat ze te slap worden. Als je de kikkererwten prakt met een vork krijg je wel stevige kroketjes. Er mogen nog wat stukjes in blijven zitten, die maken het juist lekker. Wees niet te voorzichtig met het opscheppen van de yoghurtsaus: een flinke dot smaakt er goed bij.

voor ongeveer 18 kroketjes

1 blikje kikkererwten van 400 gr

120 gr gierst
360 ml water
1/2 bouillonblokje (kippenbouillon of groenten bouillon)

2 bosuitjes
3 el fijngehakte peterselie
3 el fijnghakte munt
2 tl peperkorrels (potje)
1 1/2 tl komijnzaad
zout en peper
paneermeel
olijfolie

voor de yoghurtsaus:
500 gr griekse yoghurt
15 gr koriander
2 el extra virgine olijfolie
1 el citroensap
1 grote teen knoflook
zout en peper



Maak eerst de yoghurtsaus: haal van de koriander de steeltjes af en hak het kruid zeer fijn. Meng alle ingrediƫnten voor de saus en breng deze op smaak met zout en peper. Houd apart.
Spoel de gierst af in een zeef onder de kraan. Zet hem op met het water en het halve bouillonblokje. Breng het aan de kook en verplaats de pan naar een voorverwarmd sudderplaatje op het kleinste pitje. Laat het 20 minuten sudderen; na deze tijd moet al het water door de gierst opgenomen zijn. Check na een minuut of 17 of de gierst niet aanzet, voeg in dat geval nog een scheutje water toe en roer even voorzichtig over de bodem. Zet het vuur na 20 minuten uit en laat de gierst nog 10 minuten nagaren met het deksel op de pan.
Plet de gierstkorrels met de achterkant van een pollepel zodat het een vaste massa wordt en laat deze afkoelen.
Spoel de kikkererwten af in een zeef onder de kraan en wrijf ze droog in een theedoek.
Prak de kikkererwten grof met een vork. Snij de bosuitjes in flinterdunne reepjes en meng deze, samen met de munt en de peterselie door de kikkererwten. Doe dit in een ruime kom of schaal. Voeg ook het komijnzaad en de peperkorrels toe*. Breng op smaak met zout en peper.
Voeg de afgekoelde gierst toe en kneed net zolang met je handen tot alles goed vermengd is en het een vast bal is geworden. Vorm van deze bal kroketjes van zo'n 8 cm lang en 4 cm breed. Wentel de kroketjes door paneermeel.
Verwarm in een koekenpan een laagje olie tot dit vloeibaarder is maar nog niet rookt. Bak de helft van de kroketjes in een paar minuten rondom bruin, draai ze regelmatig om m.b.v. een tang of twee vorken. Neem ze uit de pan en laat ze uitlekken op een bord met keukenpapier. Veeg de pan schoon met keukenpapier, voeg opnieuw olie toe en bak de andere helft op dezelfde manier.
Serveer de kroketjes warm of op kamertemperartuur met een flinke dot yoghurtsaus erbij.

* Houd je niet van de onverwachte pittigheid van peperkorrels uit een potje, gebruik dan een verse groene peper die je heel fijn snippert.